donderdag 6 juli 2017

Spreken of zwijgen


Ze weet het, door de manier waarop hij zwijgt. De kamer rondkijkt maar haar ogen vermijdt. Adem haalt om iets te zeggen, maar vervolgens de lucht met een bijna onhoorbare zucht weer laat ontsnappen. Zoekend, zo lijkt het, naar woorden die haar zo min mogelijk zullen kwetsen.

Zeg het niet, denkt ze. Alsjeblieft, zeg het niet. Laat het voorbijgaan. Dan kijken we straks een filmpje.  En daarna gaan we naar bed. Dan kussen we elkaar welterusten en vallen samen in slaap. En morgen is alles weer gewoon zoals het was.

Zijn stem doorklieft de stilte.

Hij zegt het toch.  



donderdag 29 juni 2017

Ingewijd


Een jaar of tien, elf waren we, en ons nieuwe favoriete spel, tijdens de dagelijkse tocht vanaf onze Katholieke Meisjesschool naar huis, was het achterna lopen van een groepje jongens van de nabijgelegen jongensschool. Voor kinderachtige spelletjes als tikkertje en stoepbal werden we te groot, vonden we. Liever waren we in de weer met blauwe oogschaduw en roze lippenstift, gejat van onze grote zussen, en het uitdagen van die boeiende, onbegrijpelijke wezens van het andere geslacht.  Waartoe we ze precies uitdaagden wisten we zelf ook niet, alleen dat het ongelofelijk spannend was.

Het ging ons eigenlijk vooral om Freek, de grootste van het stel. Freek was (zo vermoedden wij) enorm sterk en had een lange blonde kuif, die altijd voor één van zijn ogen hing. Dat oog kneep hij ook vaak half dicht, een beetje zoals James Dean. Het gaf zijn blik iets arrogants, uitdagends. Freek kwam uit een gezin met vijf jongens, een ‘a-sociaal gezin’ volgens onze ouders, maar dat deerde ons meisjes niet, of maakte hem juist extra interessant.

Stevig gearmd, giechelend en bijna ontploffend van de zenuwen volgden we ze op een paar meter afstand. De jongens, op hun beurt, veinsden zich niet bewust te zijn van de kirrende kluwen ontluikende hormonen die achter hen liep. Totdat je hen plots de ruggen zag rechten, en ze zich op een geschreeuwd ‘NU!’ als één man omdraaiden. Wij moesten dan rennen voor ons leven.
Zij joegen ons op totdat ze één van ons te pakken hadden. Het slachtoffer  werd dan meegesleurd en tegen een muur gezet. Wat zich vervolgens afspeelde onttrok zich aan ons zicht. Wij - de ontkomen meisjes - bleven vanaf een afstandje toekijken, met een mengeling van zusterlijke bezorgdheid en heimelijke jaloezie. Als het meisje in kwestie – na een minuut of wat - werd vrijgelaten en weer veilig in ons midden terugkeerde, met hoogrode konen en een zenuwachtige trilling om de mond,  buitelden we bijna over haar heen in razende nieuwsgierigheid naar wat er gezegd en - vooral -  gebéurd was.

 ‘Daar kom je zelf wel een keer achter…’ antwoordde het slachtoffer dan steevast op decente toon, een geheimzinnige blik wisselend met degenen die haar eerder waren voorgegaan.

Op een dag was ik de ongelukkige, of de gelukkige, zo je wilt. In mijn vlucht werd ik van achteren bij mijn paardenstaart gegrepen en, hevig tegenstribbelend, door minstens vijf paar jongensarmen hardhandig meegesleurd en tegen de muur gezet. Mijn vriendinnen, dicht bij elkaar, met grote ogen en een hand voor de mond geslagen, keken vanaf gepaste afstand toe. 

De jongens vormden inmiddels een half kringetje om me heen, om me een vlucht te beletten, en Freek plantte zijn grote sterke armen aan weerszijden van mijn hoofd tegen de muur.
‘Wat moet je nou, hè?’ zei hij terwijl hij me strak aankeek. Ik wist daarop het antwoord niet, eigenlijk was ik ervan uitgegaan dat híj dat wel zou weten, dus ik staarde alleen maar verschrikt terug in die half geloken James Dean ogen.
‘Nou….? Hè…?’ herhaalde Freek, die het kennelijk meer moest hebben van zijn looks dan van zijn verbale vaardigheden.

‘N…niks’, wist ik uiteindelijk piepend uit te brengen.
‘Oké, voor deze keer laten we je gaan. Maar pas op hè, want de volgende keer…..’
Wat die ‘volgende keer’ in zou houden bleef in het midden.

Met trillende knieën keerde ik even later terug bij mijn soortgenoten, die zich opgewonden om me heen verdrongen en me meelevend beetpakten alsof ik zojuist een heus gijzelingsdrama had doorstaan, wat in wezen natuurlijk ook het geval was. “Wat…” en  “Hoe….” wilden ze door elkaar gillend weten.

Ik wisselde een blik met de eerdere slachtoffers, keek de kring rond, wachtte tot iedereen stil was, en fluisterde op de verheven toon van een ingewijde: ‘Daar kom je zelf nog wel een keer achter….’





woensdag 28 juni 2017

Bedrog & Leugens



Hij had het plompverloren gezegd, naakt en kwetsbaar naast haar, in bed.
‘Ik ga het haar vertellen.  Ik hou die leugens niet meer vol.’
‘En dan?’ had ze geschrokken gevraagd.

‘Ik ga scheiden. Ik kies voor jou’.
‘Niet doen, alsjeblieft!’ riep ze. ‘Het gaat niet werken tussen ons.’
‘Hoezo niet?’ zei hij verbaasd.

Ze had het antwoord niet over haar lippen kunnen krijgen, beseffend hoe onwaarschijnlijk hypocriet het moest klinken, uit haar mond…

Iemand die zo lang zijn vrouw heeft kunnen bedriegen, zal ik nooit vertrouwen

'Ik hou niet genoeg van je.' Heeft ze in plaats daarvan gelogen.







maandag 26 juni 2017

Oude Noorden - Joop (1)


Als ik, drijfnat van de regen, vrijdagsmiddags de hoek om fiets komt net mijn 81-jarige buurman Café Centraal uit gewankeld. ‘Lekker potje bier op Joop?’ roep ik terwijl ik een slinger aan mijn stuur geeft om hem te ontwijken.

‘Hééé, buurvrouw,’ lalt hij met dubbele tong. ‘Wat zie jij d’r uit joh! Hebbie de Rotte genomen!’

Hij staat nog steeds luidkeels te bulderen om zijn eigen grap als ik, bij mijn huis aangekomen, mijn fiets vastzet. Ondanks mijn natgeregende pesthumeur moet ik glimlachen.  
‘Fijn weekend Joop!’ roep ik achterom. 

Voorlopig is het zijne beter begonnen dan het mijne. 




Oude Noorden - Joop (2)


‘As t’r ‘s nachts wat is mot je gewoon schreeuwen hè’, tettert Joop in mijn oor terwijl hij bijna van zijn barkruk aflazert. Met wat buurtgenoten zitten we in Café Centraal, gisternacht is er ingebroken in onze straat en dan zit de schrik er toch even goed in.

‘Doe ik Joop, maar ik bel dan toch wel eerst 1-1-2’.

‘Ja, ha, nou, eerdat die juuten d’r zijn leg jij al met een houte jassie op Crooswijk…’ schampert hij. ‘Gewoon keihard gillen! Ik mag dan eenentachtig zijn maar ik ramt ze eigenhandig de straat uit. Want van me buurvrouw blijven ze af ! ’



Oude Noorden - Joop (3)


Ach ja, Joop. Geboren en getogen in het Oude Noorden. En uit vrije wil zet ie er geen poot buiten, roept ie tegen wie het maar horen wil.  Jaha, voor zijn laatste ritje, straks, dan gaat ie naar Crooswijk. Maar dan motten ze hem toch echt de Rotte over drágen, tussen zes plankies, ha!  

Zeven dagen per week zit ie in de kroeg, pendelend op z’n fietsie tussen Café Centraal en Postiljon. Z’n vaste stekkie aan de bar. Pilsie, jajempie d’r naast. En, met een miniem draaiende vingerbeweging mompelend naar de barman: ‘…Doet hun ook nog wat…’

Hij moet zijn AOW’tje toch ergens kwijt.



Oude Noorden - Joop (4)


Ooit was ie getrouwd, vertelt hij me tijdens een kwebbeltje. Met Fientje, het liefste meissie van Noord. Mán-man-man wat was tie groos met d’r.
Drie jaar later, in ’68, overleed ze. In het kraambed van hun te vroeg geboren kind.

 ‘Een jochie… ach-ach buurvrouw, zó klein was tie…’ zijn grote kolenschoppen wijzen een kleine dertig centimeter aan. ‘…Jopie, zo zou ie heten als het een  jongetje was…’
Het kind was vlak na zijn moeder gestorven.

Ik val stil. Wat moet je zeggen op zoveel leed in een notendop.

‘Daarna ben ik d’r nooit meer an begonnen. D’r is een grens an hè, wat een mens ken verstouwen. Maar hiero…’ hij klopt op zijn linkerborst, ‘Hiero zitten ze nog altijd. Allebei.’





Oude Noorden - Joop (5)


Z’n plekkie aan de bar was al een paar dagen leeg gebleven en dat was niets voor Joop. Ze vonden hem uiteindelijk in zijn schommelstoel, een verschraald biertje naast ‘m.

Een handvol stamgasten, de kroegbazen van Centraal en Postiljon, en een paar buren zijn aanwezig. Een zwarte auto heeft hem, tussen zes vurenhouten plankies, de Zaagmolenbrug over gereden naar Crooswijk.

Bolle Rinus neemt het woord: ‘Joop, je was een goeie, gulle gozert…,’  de cafébazen wisselen een blik. Joops laatste rekeningen,  toch goed voor zo’n tweehonderd euro elk, zullen ze maar afboeken. Gevalletje bedrijfsschade.

‘…doet de groeten daarboven aan Fientje en die kleine,’ besluit Rinus zijn speech. ‘Dalijk nemen we d’r eentje, speciaal op jou. Rest in pies, knul.’





maandag 19 juni 2017

Oude Noorden - Nel


‘En doet maar een onsie koeietiet. Je mot èrreges aan doodgaan ja toch?’ 

De slager mompelt instemmend terwijl hij de uierboord pakt. 

‘Tis wat hè,’ vervolgt ze met een hoofdgebaar naar buiten waar drie vrouwen in boerka voorbijlopen. ‘Je ken de Zwartjan nie meer op of je struikel over die pinkwins… Maar Achmed, van bij mijn boven, die deug wel hoor. Leg ik pas geleeje met een grieppie, staat ie in ene voor de deur met een pan van dat koeskoes-gebeuren. Voor jou buurvrouw, zegt ie, is gezond. Ja, lief toch, niet-tan? Was best te nassen trouwens. Zó’n gosert, Achmed.’



zaterdag 17 juni 2017

Mannendingetje (5) - 99 woorden verhaaltje


Als hij de transversus-abdominis* flink aanspant ziet het er picobello uit, constateert hij in de spiegel voordat hij vertrekt.

Bloedmooi, wulps - conform haar datingprofiel - zit ze aan het afgesproken tafeltje. Op haar geanimeerde gebabbel kan hij zich evenwel lastig concentreren, nu zijn continu aangetrokken buikspieren tot toenemende darmkrampen leiden.

 ‘Zullen we anders bij mij thuis nog een afzakkertje…?’ oppert ze bij het afscheid, buiten.

 ‘Ehhh...volgende keer? Ik moet morgenochtend echt héél vroeg …’

Eenmaal buiten haar gehoorafstand kan hij de boel eindelijk ontspannen. Minstens drie liter opgehoopt darmgas reutelt en toetert zich dankbaar een weg naar bevrijding.





De musculus transversus abdominis[1] of dwarse buikspier[2][3] is een skeletspier die aan de binnenzijde van de schuine buikspieren ligt. Met name deze spier oefent druk uit op de buikingewanden [Bron: Wikipedia]



woensdag 14 juni 2017

Mannendingetje (4) - 99 woorden verhaaltje


Zijn vriendin-sinds-kort blijkt naturist en wil naar zo’n camping.
Nou, dat dacht hij effe niet. Zeker de hele vakantie in adamskostuum lopen, met zijn jongeheer die verheugd opkijkt telkens als er zo’n mokkel met lekkere tieten…

 ‘Alle mannen denken dat in het begin, maar dat gebeurt zelden.’ Zegt ze schouderophalend.
Nee, duh, niet bij die mannen dáár, anders liepen ze daar dus niet.

‘En anders doe je gewoon een handdoekje om.’

Jaha! Hij zal zijn tampeloeres als kapstok gebruiken, nou goed?

Deze zomer wordt het gewoon Calella, met zijn kroegmaten. Bier, tieten, en zijn gereedschap waar het hoort: keurig opgeborgen.



maandag 12 juni 2017

Mannendingetje (3) - 99 woorden verhaaltje


Samen met hem kijkt ze zo’n filmpje, bedoeld om – ze is de lulligste niet – de stemming wat te verhogen. In de eerste scene stelt een dame kokhalzend doch gewillig haar keelholte beschikbaar,  onderwijl triomfantelijk lonkend naar de camera (…knap hè van mij?)
Daarna volgt een serie ingewikkelde acrobatische oefeningen, waarbij mevrouw getroffen lijkt door een gevaarlijk toenemende aanval van hyperventilatie.

‘Zo doét een vrouw niet als ze opgewonden is!’ roept ze, beseffend de inmiddels toch al broze sfeer nu wel definitief te verpesten.
‘Já, dat weet ik ook wel,’ zucht hij. ‘Het is pórno, liefje. Gewoon, een mannendingetje’. 




zondag 11 juni 2017

Mannendingetje (2) - 99 woorden verhaaltje


 ‘Die fascinatie van mannen voor hoerige vrouwen,’ zegt ze. ‘Wat is dat toch?’
Hij moet lang nadenken.  

‘…Misschien zijn het ingesleten jongetjesdromen. Hoe je als elfjarig joch ontdekte dat dat merkwaardige gevoel daarbeneden een oorzaak had. Dat je het kon oproepen door te fantaseren. Over de bakkersdochter, met haar helblonde hoog-opgetoupeerde haren, haar kersenmond en haar diepe decolleté. Die  jou met open mond in die oneindige gleuf tussen haar borsten zag staren, en je toen met een heimelijke knipoog het brood aanreikte. Hoe je vervolgens, het halfje tijgerwit als trofee in je handen, met kloppend kruis naar huis zweefde.’ 



vrijdag 9 juni 2017

Mannendingetje (1) - 99 woorden verhaaltje


Ze zitten samen op een terrasje als ze langs paradeert. Strak rokje, billen half eronderuit, Decolleté Navelzicht, laarzen tot over haar knieën, dat werk.
Met open mond kijken ze haar na en barsten tegelijk in lachen uit.
 ‘Jézus…’ fluistert ze.
‘God-sta-me-bij!’ schatert hij.
‘En er zíjn dus écht mannen die hierop vallen hè…’ constateert ze met een knikje naar de mannenhoofden die massaal met het wicht meedraaien.
‘Nou ja….’ grijnst hij, ‘ Ik zou haar ook wel kunnen doen hoor’.
‘Dat meen je niet!’ zegt ze.
‘Nou … hypothetisch dan hè. Gewoon als fantasietje. Mannendingetje, je weet wel.’


donderdag 8 juni 2017

Leven of dood (99 woorden verhaaltje)

Op tafel loopt een mier. Denkbeeldig zoom ik in, dieper en dieper tot ik net zo klein ben, en wandel een stukje met hem op. Hoewel hij een enorme balk met zich meesjouwt heeft hij er flink de pas in, ik moet rennen om hem bij te houden. Straks zal hij vermoeid thuiskomen. ‘Ha papa!’ ‘Hallo kindjes, dag schat, het zit er weer op voor vandaag. Wat eten we?’

Ik zoom weer uit.

Op tafel loopt een mier. Met één duimdruk kan ik hem naar de mierenhemel sturen. Of niet. Het is aan mij.
Even waan ik me God.


vrijdag 2 juni 2017

Femme Fatale (99 woorden verhaaltje)


Daar staat ze, onder het grauwe schijnsel van een lantaarnpaal. Te magere benen in een te strakke goudkleurige broek. Een mislukte femme-fatale. Ooit het mooiste meisje van de klas. Toen, ja tóen, had hij er alles voor over gehad om… Maar toen zag ze hem niet staan.

Hij mindert vaart, draait het raampje open. Ze bukt voorover, hij kijkt in haar verdorde decolleté. 
‘Trekken kost tien, pijpen twintig.’ 
Hij reikt haar het briefje van honderd aan. Ze bekijkt hem nu argwanend. 
En wat moet ik daarvoor doen?’
‘Niets’, mompelt hij en geeft gas. 
Ze heeft hem nog altijd niet herkend.






woensdag 31 mei 2017

Gebedje (99 woorden verhaaltje)

‘Zeg je nog wel een gebedje voor oma?’ Mijn moeder kwam me - uiteindelijk toch - instoppen. Ik was vijf. En boos, allesverzengend boos. Op iedereen en vooral op mijn moeder die me voor straf naar bed had gestuurd.

‘NEE!’ riep ik dan ook hevig snikkend, zekerheidshalve toch maar gevolgd door een driftig ‘ONZELIEVEHEER MAAK OMA BETER!’ 
Ik betwijfelde sterk of onzelieveheer zo’n wan-gebed wel zou verhoren. Of misschien, voor straf, juist niet.

Met verstikte stem wekte mijn moeder me ’s ochtends. ‘Nou heb jij gisteravond nog wel zo goed gebeden…en nu is oma toch dood’.
En ik dacht: Zie je wel…




Homo Sapiens (99 woorden verhaaltje)


Elf  jaar geleden komt ie thuis met die Karel. ‘Pap, mam, dit is hem’. Dat was wel effe slikken. Maar je accepteert het. Karel, Boris en alles erna. Het blijft toch je kind hè?

Komt ie daarnet binnen met zijn nieuwe vlam … Alicia. Een vrouw! Enne, neem-me-effe-nie-van-kwalijk, wát voor eentje! Je mag het natuurlijk niet zeggen maar ik dacht het toch: Zou hij dan tóch…eindelijk…?

Zegt ie net in de keuken: ‘Vroeger heette ze Albert’.
 Ik denk: Huh? Ik zeg: ‘En wat ben jij dan nu?’
Zegt ie: ‘Ehhhm… Méns?’

Sja…. Leg dat maar eens uit aan de buren…




Stemmetje (99-woorden verhaaltje)


Bij zes seconden open ik mijn ogen, stuur met bonkend hart naar rechts en zet de auto stil op de vluchtstrook.

Dat waren er geen acht hè…’ treitert het stemmetje. ‘Nu moet je voor straf de volgende keer twaa…’ 
‘Nu moet jij goddomme eens goed luisteren!’ schreeuw ik. ‘Dit zijn geen spelletjes meer! Als jij zo doorgaat, gaan wij naar de dokter. En je weet wat dat voor jou betekent!’
Het stemmetje zwijgt beledigd. Trillend geef ik gas en voeg weer in.

Vier seconden dan,’ fluistert ze vals. ’En oké oké, alleen als er niemand vlak voor je rijdt...


woensdag 24 december 2014

Moontjes kerstcadeau



Moontje is een meisje van acht jaar. Ze is onopvallend, een tikje stil, en vaak diep in gedachten verzonken.
Dit jaar heeft Moontje voor kerst een bijzonder cadeau gevraagd. En elke avond, voordat ze gaat slapen, voegt ze stilletjes aan haar avondgebedje toe: ‘…Oh, en Onze-lieve-heer, laat de Kerstman mijn wens vervullen ...?’
Niet dat ze gelooft in de Kerstman, ze weet heus wel dat haar moeder de kerstcadeautjes koopt. Ze weet trouwens ook niet zeker of Onze-lieve-heer wel bestaat, maar ze neemt graag het zekere voor het onzekere. ‘Alstublieft…?’ fluistert ze er daarom beleefdheidshalve toch maar achteraan.
Op kerstochtend is ze om zeven uur wakker. Te opgewonden om nog te kunnen slapen sluipt ze naar de woonkamer. Haar hart maakt een sprongetje als ze onder de kerstboom het in blauw papier ingepakte pakje ontwaart met haar naam erop. Zou het…?
Voordat de rest van de familie is opgestaan en klaar is met het ontbijt, is het negen uur. Al die tijd heeft ze haar ogen niet kunnen afhouden van het blauwe pakje. Als het eindelijk tijd is voor de cadeautjes, is ze zo nerveus dat ze met het hare wacht tot het laatst, bang als ze is voor een teleurstelling. Stel dat er gewoon een spelletje in zit, of een chocoladeletter die nog over is van sinterklaas. Gezien de vorm van het pakje zou dat ook best kunnen.
Haar vader heeft een computerspel gekregen. Haar moeder een fles parfum. En haar zusje een paardenboek.
´Nou Moon, nu ben jij toch echt aan de beurt.’ Moeder schuift haar het blauwe pakje toe.
Terwijl haar hart bonst en haar lijf van binnen jeukt van de spanning, peutert ze met tergende precisie een plakbandje los. En nog een. En dan wordt het cadeau zichtbaar. Glanzend groen met blauw is de buitenkant. Dit is ‘m. Deze had ze gezien in de winkel!
`Maar wat is het dan?’ vraagt haar zusje ongeduldig.
‘Een Toverboek,’ zegt Moontje met een gelukzalige glimlach.
Ze bladert erdoorheen en streelt liefkozend elke maagdelijk lege bladzijde.
‘Maar er staat niets in!’ roept haar zusje.
‘Jawel,’ fluistert Moontje. ‘Het staat vol. Met verhalen. Die kunnen jullie alleen nog niet lezen.’
Want ze moeten nog worden opgeschreven. Maar aangezien ze inmiddels  alle letters van het alfabet kent, vormt dát geen probleem.
‘Dank u wel Kerstman!’ roept Moontje, en schalks richt ze haar blik omhoog. En dank u wel, Onze-lieve-heer!
Dat laatste zegt ze niet hardop.
Die middag blaast Moontje hoogstpersoonlijk haar toverboek leven in. Met sierlijke letters begint ze te schrijven op de eerste lege bladzijde:
Moontje is een meisje van acht jaar …





Dit verhaaltje werd geschreven naar aanleiding van een schrijfopdracht: 
Ik kreeg een geweldig kerstcadeau. Maximaal 400 woorden

donderdag 4 december 2014

Surprise, surprise!



~Sint moet eerst ff naar een ander adresje, maar over een uurtje komt hij bij jou langs om te checken hoe stout jij bent  wink ~
Jaap, mijn lief-sinds-drie-weken, speelt vanavond Sinterklaas bij zijn familie, voor zijn neefjes. Ik smelt als ik zijn sms’je lees. Ik voel me ineens erg ondeugend.
~ Laat uw paard maar buiten staan, en hou uw sintenpak maar aan! ~ Instrueer ik hem.
Het cadeautje dat ik voor hem kocht leg ik op het kussen in mijn zojuist verschoonde bed, en ik neem nog even snel een douche. Net als ik klaar ben met optutten wordt er hard op de voordeur gebonsd. Van schrik schiet ik bijna uit met mijn lippenstift, en glimlach. Hij speelt mee! Ik werp een laatste blik in de spiegel en knoop mijn zwartsatijnen kamerjasje dicht. Op blote voeten loop ik naar de voordeur.
‘Sinterklaas!’
Z'n outfit, geweldig. En die bril! Hij is amper herkenbaar. Wat lijkt hij groot met die mijter op zijn hoofd.
‘Dag Carolien,’ zegt hij met verdraaide stem. En dan, met een blik op mijn satijnen niemendalletje: ‘Sint komt geloof ik wat ongelegen’.
‘Ik kom net uit bad Sinterklaas, maar kom binnen!’ Ik trek hem aan zijn rode mouw mee de kamer in en duw hem resoluut in een stoel.
‘Maar…’ zijn stem klinkt nu een beetje schor, hij speelt zijn rol met verve, mijn stoute Sint. ‘Ik kwam eigenlijk alleen even wat lekkers langsbre...’
‘Jaja, ssssst.. .’ Ik buk me naar hem toe en leg eventjes streng mijn vinger op zijn wit-bebaarde mond.
Langzaam knoop ik dan mijn zwarte badjasje open en laat die nonchalant op de grond glijden, terwijl ik in mijn vuurrode Christien le Duc-setje mijn heupen voor hem ronddraai.
‘Zal ik even op schoot komen zitten, Sinterklaas?’ vraag ik met overdreven kleine-meisjesstem.
Zijn ogen worden groot achter de brillenglazen. ‘Eh…. Carolien’, Sinterklaas rukt zijn baard en mijter van zijn hoofd.
Die bril, die stem, tergend langzaam dringt het besef door… Dit is mijn overbuurman Kees.
‘Carolien, ik… eh… kwam terug van een sintklus. Ik zag licht bij je branden dus ik dacht… eh… Leuk... ? verrassing…?’

Dit verhaaltje werd geschreven naar aanleiding van een schrijfopdracht:
In dit verhaal worstelt het personage met een surprise of iets anders Sinterklaas-gerelateerd. Maximaal 300 woorden.

donderdag 27 november 2014

Avonturen van een dakloze



Vrijheid. Als je het eenmaal hebt geproefd, wil je het voor geen goud meer kwijt.
‘Vraag toch een uitkering aan, meid,’ zegt de dame met bontjas en platinablond engelenhaar die ik om een euro vraag.
Rot toch op. Denk ik, maar zeg ik niet, want ze bedoelt het natuurlijk goed. De bijstand, ach laat me niet lachen! En dan zeker iedere scheet die ik laat schriftelijk in drievoud verantwoorden, of hij wel ruikt naar wat ik gisteren gegeten heb.
U moet weten, ik leidde een “normaal” leven. Totdat ik, gebukt onder een hypotheek, torenhoge woonlasten en een baan van tachtig uur per week om dat allemaal op te kunnen brengen, mezelf op een onzalig moment terugvond op de hoogste verdieping van een flatgebouw, klaar om te springen. Het was mijn hoogtevrees die me uiteindelijk weerhield om over de rand te stappen. Gelukkig, achteraf bezien. Angst kan wel degelijk een een goede raadgever zijn. Ik draaide me om en liep terug, de lift in, en daar speelde zo’n achtergrondmuziekje. Het was een nummer van Aretha Franklin, "Freedom". Als dat geen voorteken was! Ineens werd alles kristalhelder.
Ik liep naar mijn werk, nam op staande voet ontslag, pakte de tram naar huis, stopte de allernoodzakelijkste spullen in een boodschappenwagentje en trok – letterlijk en figuurlijk - de deur achter me dicht. Zo simpel is de oplossing soms.
Al mijn bezit past in dat wagentje. Twee keer per week ga ik douchen bij het Leger des Heils, en wissel daar mijn kleren om.  De ene keer loop ik in een bloemetjesjurk, de andere keer in een legging met tijgerprint, net wat ze op dat moment in mijn maat hebben hangen. Mij is het om het even.
Doordeweeks neem ik 's morgens mijn vaste stekkie in, bij de grote grijze afvalcontainers naast de scholengemeenschap. Die ouders moesten eens weten voor wie ze 's ochtends die verse zonnepittenboterhammen staan te beleggen. Niet voor hun eigen bloedjes, die doen zich liever te goed aan de loze calorieën van de snackbar om de hoek!
Cranberriepaté, belegen boerenlandkaas, blaadje sla erop. Kiwi’tje erbij soms. Vroeger at ik minder chique! Gisteren trof ik zelfs een chocolade kerstster.
Beste lezer, ik moet nu als de donder dit stukje gaan inleveren bij de Straatkrant, voor mijn persoonlijke rubriek “Avonturen van een dakloze”. Dat levert me toch wekelijks genoeg eurootjes op voor de nachtopvang en een pakje shag!


Dit verhaal werd geschreven in het kader van een schrijfopdracht:
Je bent een zwerver die
a) vroeger bruggenbouwer was of
b) plotseling zijn ex uit een ver verleden ontmoet of
c) een bijzondere manier heeft ontdekt om aan geld te komen

Woorden die in het verhaal moeten zitten:
engelenhaar - goud- hoogtevrees - legging met tijgerprint- kerstster - voorteken

Maximaal 350 woorden

woensdag 12 november 2014

Nee, Nee, Nee




Je weet nog dat je bedacht dat hij weer niet gebeld had, om te zeggen dat hij later thuis kwam. Je moet op dat moment geïrriteerd zijn geweest. Misschien zelfs boos. Je weet nog dat je om de halve minuut uit het raam keek. Dat er een politieauto aan kwam rijden die – godzijdank -  je huis voorbij reed. Je bedacht nog, dat je je niet altijd van die enge dingen in je hoofd moest halen. En je ziet weer voor je hoe vervolgens die politieauto langzaam achteruit terug kwam rijden, en precies voor je huis werd ingeparkeerd. Je weet nog  dat twee agenten uitstapten en op je voordeur af kwamen lopen. En daar, telkens weer, begint de film te haperen. Als een dvd die vastloopt en steeds een sprongetje maakt naar een volgend stilstaand beeld.

Je moet je hebben omgedraaid van het raam, naar de gang gelopen zijn en de voordeur geopend hebben, want in het volgende beeld sta je in de deuropening, tegenover twee agenten. De mond van de een  beweegt in slow motion en in de verte hoor je een stem die vraagt ‘Bent u de moeder van…’
Je moet ‘Ja’ geantwoord hebben want in het volgende plaatje zitten jullie gedrieën aan tafel. De ene agent  beweegt nog steeds zijn mond. Schuin achter hem op de muur zit een zwart vlekje, je probeert je te herinneren of dat er al zat, of dat het misschien een vlieg is. Je kunt je ogen niet van het vlekje af houden, het lijkt alsof je erin gezogen wordt.

Vanaf hier gaat het beeld definitief op grijszwart. De kleur van vochtige aarde.

In je hersens galmt nog slechts één woord, het woord dat zich voorzichtig aandiende toen de politieauto voorbij reed, en vanaf daar in volume toenam tot een oorverdovende, repeterende dreun. Het enige woord waarvan je de betekenis nog snapt.

NEE!



Dit verhaal werd geschreven in het kader van een schrijfopdracht:
Schrijf een kort verhaal van maximaal 300 woorden met als thema 'nee'. Schrijf om jezelf op weg te helpen eerst het woord nee midden op een vel papier en zet de associaties die je met het woord hebt eromheen. Ga schrijven op het moment dat je het gevoel hebt dat je je invalshoek hebt. Wees vrij, durf.


donderdag 30 oktober 2014

VERBODEN VERLANGEN: Ontlading


De hitte van de afgelopen weken lijkt eindelijk om te slaan. De lucht is donkergrijsgroen en zwaar, de eerste druppels vallen, dik en loodrecht omlaag. Er steekt een bries op, ik zou het raam moeten sluiten maar blijf zitten en drink de laatste slok koud geworden espresso. Ik hou van onweer.
‘Denk jij er nog weleens aan?’ Pats! De vraag komt schijnbaar uit het niets maar hing natuurlijk al weken in de lucht. Waarom anders heeft ze na vierentwintig jaar weer contact gezocht?
‘Jij?’ kaats ik de bal nogal laf terug. Ze haalt adem, houd de lucht even vast in haar longen, maar laat die vervolgens met een lichte zucht weer ontsnappen.


De vraag is natuurlijk niet of we er nog wel eens aan denken, maar of we het erover willen hebben. Laten we wel wezen, zouden we onze vriendschap destijds opgeofferd hebben als het bespreekbaar was geweest? Ooit gezworen hartsvriendinnen. Vervolgens – kortstondig en verlegen – geliefden. En daarna, ja, daarna was het te ongemakkelijk. Te pijnlijk ook. Wat moesten we dan, net zeventien en onvoorbereid op de keerzijde van hartstocht.
Ik staar in mijn lege espressokopie, zij speelt met wat gemorste koekkruimels op het tafelblad. De regen slaat kletterend tegen de ramen, een bliksemschicht schiet sissend omlaag, gevolgd door een felle donderslag die de lege wijnglazen op tafel doet rinkelen. Op de vensterbank vormt zich een plasje. Ik sta op en sluit het raam.
‘Maar soms droom ik nog van je,' zeg ik, mijn blik gericht op de samenpakkende wolken, buiten.


Dit verhaal werd geschreven in het kader van een schrijfopdracht:
Schrijf wat je wilt onder de titel Verboden Verlangen. Maximaal 250 woorden.


donderdag 23 oktober 2014

VERBODEN VERLANGEN; Foto, 1978





Een volle bar. Veel halfvolle en lege glazen. Sigarettenrook in het schijnsel van gekleurde lampen. 
De foto op mijn beeldscherm vertoont een geelgroene zweem, alsof er een filter is toegepast om hem kunstmatig een gedateerd sfeertje te geven. Maar de kleine scheurtjes en kreukjes, en de zichtbare schaduwranden eromheen, verraden dat hij authentiek is, en ingescand. 
Hoewel redelijk scherp is het beeld chaotisch en ontbreekt er diepte en focus, overduidelijk een amateurkiekje.  Het licht is harder en witter dan je gezien de sfeerverlichting zou verwachten, waarschijnlijk is er zo'n vierkant flitsblokje gebruikt. 
Aan de muur op de achtergrond hangt een groot affiche waarop concerten staan aangekondigd: Vrijdag 15 april: Herman Brood & his Wild Romance , Zaterdag 23 april: Barrelhouse. Eronder nog meer tekst, onleesbaar.
Te midden van een aantal mensen van wie we alleen de achterkant zien, zitten Esther en ik allebei omgedraaid op een kruk, onze rug tegen de bar. Nancy leunt tussen ons in en zit half op mijn knie. Hoe oud zijn we daar? Vijftien, zestien hooguit. We hebben alle drie een versleten spijkerjack aan. Lachend kijken we in de lens, drie glazen bier geheven in de richting van de fotograaf. En in onze vrije hand - schaamteloos - alle drie een shaggie tussen wijs- en middelvinger geklemd.


Dit verhaal werd geschreven in het kader van een schrijfopdracht:
Beschrijf een persoon, een plek, een tijd of een voorwerp, dus er is geen handeling, geen dialoog of monoloog. Met als titel Verboden Verlangen. Maximaal 250 woorden

donderdag 16 oktober 2014

VERBODEN VERLANGEN; Zalige verlossing deel 2




‘Hoe ging je wiskundeproefwerk?’
‘Mmm’
‘Nora, ik vraag je wat.’
‘Ging wel, 6.1.’
‘Nou ,dat is best netjes toch?’
‘Mmm’
‘Ik bedoel, met alle lessen die je gemist hebt toen je …’
‘Mám!’
‘Wat!’
‘Niks.’
‘Wat nou! Is dat nu ook al een taboe?’
‘Nee. Maar je zit op me te letten.’
‘Ik zit helemaal niet op je te letten, ik probeer gewoon een normaal gesprek te …’
‘Jawel je zit wel op me te letten. Cónstant. Bij íedere hap.’
‘Nou, zoveel happen heb ik je anders nog niet zien nemen vanda…’
‘Zie je wel? Je zit me gewoon te fokken de hele tijd.’
‘Zeg jongedame, let jij een beetje op je taal? Zo praat je niet tegen je moeder.’
‘Pf’
‘Het hele punt, Nora, is dat jij geen verantwoordelijkheid neemt voor jezelf. Als je zo doorgaat dan zit je over drie weken weer in die kliniek en dan kun je …’
‘Echt niet! Ik kan echt wel voor mezelf zorgen! Maar hoe denk je dat het is, hè? Als iemand je bij iedere hap zit te volgen, hè? En naar je blijft kijken tot je hem doorgeslikt hebt? Dan krijg ik echt geen hap meer door mijn keel hoor!’
‘We hebben afspraken gemaakt, jongedame, en jij houdt je daar niet aan. Daarom moet ik jou wel in gaten hou… ‘
‘Hier dan! Kijk! Dat is één…’
‘Noor, doe normaal.’
‘En dat is twee…’
‘Nora! In godsnaam!’
‘En dat is drie…’
‘Nu is het klaar, Nora! Dadelijk stik je er nog in.’
‘En viér … Kijk mama, bordje leeg! ‘


Dit verhaal werd geschreven in het kader van een schrijfopdracht:
Schrijf een dialoog met als thema: Verboden Verlangen, waarin je nergens het onderwerp van het verlangen letterlijk benoemt, maar wel duidelijk moet worden waar het hier over gaat.
Maximaal 250 woorden



donderdag 9 oktober 2014

VERBODEN VERLANGEN: Zalige verlossing




Ik zie haar heus wel loeren hoor, vanuit haar ooghoeken. Wat denkt ze, dat ik achterlijk ben of zo? Ik snijd een stukje worst af, prik het aan mijn vork, steek het in mijn mond en maak nadrukkelijke kauwbewegingen, terwijl ik de vette hap met mijn tong in mijn wangholte duw. Wie is hier nou de slimste, ha!
Nu stelt ze me een onnozele vraag over school en kijkt me aan. Doorziet me. Fokking goeie timing, dat moet ik haar nageven. Ik maak een snelle berekening. Eén hap braadworst is ongeveer tien gram, is vierendertig calorieën. En met de rijst en erwten die ik al heb doorgeslikt zat ik al aan de honderdvijftig. Ze blijft kijken, wachtend op een antwoord, ik kan geen kant op. Kan moeilijk blijven kauwen tot ik een ons weeg. En praten met een wang vol worst, dat valt ook op. Dus oké, ik slik het wel door, de teller met één keelbeweging opvoerend naar hondervierentachtig. Fuck. Fúck! En mijn bord is nog halfvol.
Nu moet ik wel overgaan tot plan B. Haar eigen schuld.
Ook na het eten zal ze me nauwlettend in de gaten blijven houden. Maar over anderhalf uur moet ze even weg. En zij weet niet dat een vette maaltijd minstens drie uur in je maag blijft, voordat het door je dunne darm wordt opgenomen en omgezet in calorieën. Wat weten de meeste mensen toch weinig over voedsel. Als ze straks de deur achter zich heeft dichtgetrokken zal ik naar de wc gaan om mijn vingers diep in mijn keel te steken. Oh zalige verlossing!
Ik neem nog een paar flinke happen en slik ze demonstratief door. Kijk mama, bordje leeg!



Dit verhaal werd geschreven in het kader van een schrijfopdracht:
Schrijf een monoloog van maximaal 250 woorden met als titel Verboden Verlangen.